Trappen en loslaten

Gepubliceerd op 2 september 2022 om 10:52

“Ik ben blij dat ik vandaag met de fiets kan gaan, want gisteren de bus, pfff, daar werd ik misselijk van.” Vol goede moed staan we met z’n tweeën te wachten op een meisje dat naar dezelfde school trekt. De ochtendlucht smaakt nog fris, maar de zonnestralen die door het gebladerte priemen, kondigen een warme dag aan.

 

Gisteren startte er voor ons een nieuw hoofdstuk: ‘onze kinderen zijn klaar voor het middelbaar’. Nu ja, daar ga je vol vertrouwen van uit. Zoonlief kon gisteren nog met de auto mee naar Halle. Vandaag dreven de zenuwen hem een kwartier eerder dan zijn wekker zou aflopen naar beneden. Wat ik met onze dochter enkele dagen eerder gedaan had, was met hem niet gelukt. Een bus uittesten die niet in de schoolvakanties rijdt, gaat dus niet. Geen probleem! Om vijf over zeven stappen we deze morgen allebei naar de bushalte. Het hele gebeuren wordt nog eens overlopen: je geeft een teken aan de chauffeur om te stoppen, instappen, abonnement scannen en dan volgens het boekje zesenveertig minuten later op het belletje duwen om vlak voor de schoolpoort uit te stappen.  Het mobiele netwerk op zijn gloednieuwe telefoon wordt nog eens gecontroleerd om, in geval van enige nood, iets te kunnen laten weten.

Als ik ook nog eens op volledig jufse wijze wil beginnen uitleggen hoe de uurtabellen aan de halte in elkaar zitten, kan hij zich nog net bedwingen om met zijn ogen te rollen. De lichte zucht kon hij echter niet meer tegenhouden. Ik herpak mij en ga schijnbaar luchtig naar de kerktoren kijken. Perfect op tijd verschijnt ‘de 163’ in het vizier. Ik krijg toch nog een snelle kus en geheel volgens het boekje neemt hij zijn bus. Hoppekee, kind één is vertrokken. Op naar kind twee!

Op het tanden poetsen na is ze helemaal klaar. In een vlijtige opwelling is ze op de computer een schema aan het maken om haar lessenrooster overzichtelijk in haar agenda te kunnen stoppen. Hoewel de ochtenden absoluut niet haar favoriete dagdelen zijn, heeft ze er vandaag wel haar zinnen op gezet: met de fiets mag ze langer blijven liggen, gaat ze reisziekte op de bus uit de weg en ’s avonds kan ze na schooltijd ook weer meteen naar huis.


De fiets van haar overgrootvader staat netjes klaar om de tocht aan te vatten. Het ding heeft zeven versnellingen en ziet er na vijftien jaar nog steeds degelijk uit. Het zadel werd een tijdje geleden vervangen en door ook nieuwe lampjes te voorzien, rijdt Linde er al een half jaar gemakkelijk mee rond. Om kwart voor acht komt de hippe tiener aangereden waarmee we samen naar school zullen rijden. De meisjes hebben elkaar al één keertje gezien, maar hebben nog geen band opgebouwd. De begroeting is dus wat voorzichtig, reden te meer om meteen te vertrekken. Zelf heb ik een elektrische tweewieler tussen de benen waardoor ik moeilijk aanvoel welk tempo ik moet aanhouden. Maar allebei hebben ze toch liever dat ik de eerste keer voorop rij. Het leuke aan deze rit is dat we voor de heenreis beginnen met een gezapige afdaling tot aan de Dender. Het fietsen gaat goed, maar aan het gezicht van onze dochter zie ik toch dat er iets niet goed zit. Het andere meisje merkt bezorgd op dat Lindes achterband wat plat staat, maar op zich lukt het wel. Als we de volgende dorpskern naderen, gaat het trappen bij Linde steeds trager en de frons op haar voorhoofd wordt dieper. Haar boekentas trekt haar rug en helm naar achter, geeft ze te kennen. We proberen ons tempo aan te passen. Het gaat steeds moeizamer en ook wat meer bergop. Ze vindt niet dezelfde tred als wij en sukkelt met haar versnellingen. De goesting om vaak met de fiets naar school te trekken, smelt zienderogen weg. Het andere meisje en ik wisselen begrijpende blikken. Terwijl we Linde dan eens voor of naast ons proberen laten rijden, slaan wij een luchtig praatje. Het zweet staat Linde op het voorhoofd. Na te vroeg een steegje te hebben ingeslagen, komen we toch aan de schoolpoort aan. Ik zet mij als eerste wat opzij om een plek af te spreken waar ik hen zal opwachten om na schooltijd terug te keren. Schijnbaar moedeloos haalt Linde haar rugzak boven. Ze kan niet wachten met drinken tot ze haar fiets gestald heeft, want ze heeft NU dorst. Ik probeer haar wat op te peppen door te zeggen dat we in het weekend het fiets- en rugzakprobleem eens zouden bekijken en bijsturen waar nodig. Wat afwezig knikt ze om mij gerust te stellen. Nu ik er achteraf over nadenk, had ik haar gewoon een dikke knuffel moeten geven. Maar zij herpakte zich en stapte de schoolpoort door. Richting de lessen die gisteren leuk waren en de stomme veel te lange pauzes omdat ze nog niemand kent.

Terwijl ik terug naar huis rijd, krijg ik ‘de berg’ in het vizier. Onze Léberg. Op enkele terloopse jaren na, woon ik er al heel mijn leven. Als kind stapte ik er vier minuten over om van aan onze voordeur aan de klasdeur te geraken. Op mijn tweeëntwintigste deed ik er exact even lang over, maar dan als leerkracht. Op mijn veertigste was ik er vanuit gegaan dat ook iemand van onze kinderen dat zou doen. Want jawel, op een paar zuchten van ons huis, staat ook een middelbare school met een geweldige muziekleerkracht. Dé reden waarom we Linde daar naartoe hadden willen laten gaan. Het willekeurige elektronische aanmeldingssysteem besliste daar anders over. Geen plek voor haar, zoek maar een andere school.

De opwellende frustratie doet mij harder trappen. Ik heb in mei de ontgoocheling omtrent dat willekeurige systeem (waarbij op geen enkele manier rekening gehouden wordt met de reden waarom een school gekozen wordt of met afstand) zo snel mogelijk proberen om te zetten naar iets positiefs. Er zijn hier immers voldoende goede scholen in de buurt. Ach ja, milieubewust als we zijn wordt het dan geen wandeling naar school, maar wel een fiets- of busrit.
Ik zag bij Linde vandaag tijdens het fietsen zo de moed wegzakken. Hoewel ik overtuigd ben dat de school waar ze nu gestart is haar goed zal ondersteunen en laten groeien, moet ik de teleurstelling doorslikken. Ja, ze is veel langer onderweg dan dat ze ‘bij ons’ naar school had kunnen gaan. Ja, ze heeft het moeilijk om zich open te stellen om contacten te leggen terwijl ze ‘bij ons’ een heleboel kinderen zou gekend hebben. Ja, hier had ze een immens muzieklokaal en instrumentarium ter beschikking gehad, maar ‘daar’ is ook een schoolorkest én meer kunstlessen.

Terwijl ik verder stamp, roep ik mezelf terug tot de orde. Het is best oké dat ze onzeker is en dat een plaats moet zien te geven. Het is ook geen probleem dat wij wat bezorgd zijn om haar, waardoor ze voelt dat we haar graag zien en ze niet in haar schulp hoeft te kruipen.

Een les voor mezelf is dat ik mijn eigen angsten niet op haar mag projecteren, want ze is zo’n mooi persoon, kwetsbaar, maar met zoveel in haar mars. Aah, iemand zo graag zien, maakt het niet gemakkelijk! Ach ja, het komt echt wel goed. We zijn allemaal aan het groeien, maar groeien doet soms een (heel) klein beetje pijn.

 

En Jasper? Daar heb ik niets meer van gehoord. Die zit ongetwijfeld nietsvermoedend in de les, zich niet bewust van het idee dat zijn moeder toch stiekem gehoopt had op een berichtje: “Alles gelukt, moeke, het is perfect gegaan!”.

 

Ah, kinderen en loslaten en zo… Dat is ook oefenen, zeker?

Reactie plaatsen

Reacties

Evenepoel Dirk
een jaar geleden

Doorsturen naar onze minister van onderwijs.
Deze tekst is duizend keer meer overtuigender dan joelende betogingen met holle slogans.

Nera Redant
een jaar geleden

Beste Mieke, lieve bezorgde moeder die toch kan relativeren en er de moed inhoudt, doorgeeft,steunt en loslaat. Herkenbare leefsituatie. Erger is evenwel zoals je schrijft: het willekeurig systeem waarbij op geen enkele manier rekening wordt gehouden met de reden waarom een school wordt gekozen of de afstand.
Waar de vrijheid van onderwijs??? Welke ideologie hierachter? Alleman gelijk??Commun, gelijk.Geen inspraak, ruikt naar dwang, betutteling, bepaalde regimes...Nochtans onderwijs meer dan leerstof absorbeten, is je kinderen opvoeden , een levenshouding, waarden,visie bijbrengen. Is altijd zo geweest. Herrinner je de vroegere slogan : de ziel van het kind. In elk geval: succes en leervreugde voor de voortzetters van je bestaan.